De enorme kloof in tijd tussen mijn laatste blogbericht en vandaag is moeilijk te verklaren. Na het verhaal van Nelson geschreven te hebben, stelde ik het schrijven van mijn volgende post stelselmatig uit. Geen tijd. Geen goesting. Geen fut. Geen onderwerp. Blabla…

Ik weet het niet zeker, maar volgens mij is de echte reden een gebrek aan veerkracht. Als anderen mij zouden beschrijven, 10 jaar geleden, eergisteren en vandaag zouden woorden als “wendbaar” en “flexibel” altijd de revue passeren. Ook als ik dat zelf zou moeten doen zou ik daar de nadruk op leggen – of gelegd hebben. Tot gisteren, denk ik.

Gisteren moest ik voor de eerste keer in heel mijn MS- proces naar de ‘adviserend geneesheer’ van de mutualiteit. Alleen was het geen arts, maar een kinesist. Op zich geen probleem, want hé, ik ben flexibel. Ik begrijp dat er controles moeten gebeuren, en dat één dokter niet alles alleen kan. No problem dus.

Tot ik daar zat en een half uur aan een stuk ondervraagd werd over de diagnose die sinds vijf maanden heel mijn leven – en dat van vele anderen compleet overhoop haalde. Nee, het was geen gesprek. Het was een ondervraging zonder enige vorm van empathie, zonder enige vorm van vriendelijkheid zelfs, op basis van een script (hoop ik, zo niet maakt dat het nog erger).  De hele tijd kreeg ik het gevoel alsof die MS niet echt was, een verzonnen verhaaltje dat er voor zou zorgen dat ik eventjes op kosten van de maatschappij kon leven. Of, als het al echt was, dat ik niet zo flauw moest doen, want “meestal kom je in een stabiele periode en dan kan je perfect functioneren en dus 100% werken”(dixit).

Ik kon er dus maar beter voor zorgen dat ik eens haarfijn kwam uitleggen wat het allemaal zo erg maakt, en waarom ik maar twee dagen per week kan werken. Het was een ondervraging waar werd gesuggereerd om halve dagen te werken, zodat ik in totaal toch meer uren zou kunnen 'presteren' (van productiviteit hebben we nog nooit gehoord) – of nog beter, ander werk zoeken dat meer haalbaar is. Uiteraard wil je dat toch, met een universitair diploma op zak, een uitdagende job waarin je je ei kwijt kan en een topwerkgever met een team waarin je je oprecht goed voelt. ‘Hey, je hebt MS! Zoek gewoon ander werk dat minder inspannend is, waar je niet moet bij nadenken, je talenten niet moet aanwenden. Klaar en opgelost.’

Dat heerlijk half uur werd afgesloten met de vraag “En hebt u al het idee dat u aan het herstellen bent?”. Toen knapte er iets in mij. Ik vermoed dus nu dat het mijn veerkracht was. En nog ben ik er in geslaagd om heel rustig te antwoorden: “Van MS kan je niet herstellen. Ik ga alle dagen kapot aan een allesoverheersende vermoeidheid. Er is in de afgelopen vijf maanden geen enkele dag geweest dat ik me echt helemaal in orde voelde. Er is altijd wel iets. Ik ben na twee maanden terug gaan werken, ik doe alles om mijn leven op de rails te krijgen. Dus nee, ik heb niet het gevoel dat ik morgen ga hersteld zijn van MS.” En dan heb ik ergens nog de kracht gevonden om te zeggen dat er bij de volgende chronische patiënt van welke aard dan ook best toch een vraag rond mentale gezondheid wordt toegevoegd aan het script.

Het was geen feest, dat gesprek. Ik wil hiermee zeker niet alle mutualiteiten over dezelfde kam scheren, ook niet alle controle-artsen of paramedici die gewoon hun job doen. Ik begrijp echt dat het niet evident is om in zo’n context empathisch en vriendelijk te blijven. Ik ben immers maar een van de zovelen en hun werkomstandigheden zullen zeker niet ideaal zijn. Ik roep wel op voor wat meer begrip, emotie en empathie, want het is geen feest, MS hebben.

Reacties

Populaire posts van deze blog